Columnserie over de veerkracht van de faculteit ten tijde van Corona

Naar aanleiding van de online conferentie 'Repertoires of Resilience' in mei 2020.

20-10-2020 | 11:57

In tijden van crises vind je veerkracht niet enkel in jezelf
Silke Muylaert

Vroeger ben ik wel eens naar een cursus geweest om één of andere vaardigheid te verbeteren, of naar een groepsworkshop. Plots besefte ik dat iedereen wel eens worstelt met gelijkaardige dingen en dat je niet alleen bent in de wereld. Fijn is het soms wel, om te zien hoe anderen op hetzelfde moment met dezelfde dingen kampen. Maar we vergeten vaak dat zulke voorbeelden niet alleen in het dagelijkse leven zijn terug te vinden. In tijden van crisis is het als historica best menselijk om bewust of onbewust te gaan letten op sporen van gelijkaardige crises in de bronnen voor het onderzoek dat je doet. Je weet dat het niet hoort - want niets is ooit hetzelfde - maar toch leg je verbanden tussen toen en nu. Er zijn dan ook verbanden te leggen, want emoties blijven universeel. Alhoewel de betekenis die we aan emoties geven in tijd en cultuur verschilt.

Crises leveren veel ellende op, maar ook mooie dingen, zoals solidariteit. Dat zien we in de coronacrisis, maar ook in crises uit het verleden. Ik denk dan aan hoe vluchtelingen uit de Lage Landen - het hedendaagse Nederland - België en Noord-Frankrijk met bootjes het Kanaal overstaken om veilig in hun eigen hervormde kerken hun religie te kunnen beleven en in hun nieuwe woonomgeving hun brood te verdienen. En ik denk aan de vluchtelingen in de zestiende eeuw. Mensen die uit de Katholieke Nederlanden vluchtten omwille van hun protestantse geloof of omwille van honger of vrees voor hun veiligheid, maar ook aan de katholieke vluchtelingen die uit de Protestantse Nederlanden vluchtten. Zij konden hun heil vinden in tientallen vluchtelingengemeenschappen en kerken in Engeland en het huidige Duitsland. In de eerste plaats noemden zij zichzelf ‘vreemdelingen’, hopend dat de Bijbelse connotatie van die term hun gastvrijheid zou brengen.

Deze vluchtelingen werden gescheiden van vrienden en familie en schreven in brieven regelmatig over angst en neerslachtigheid. Gelukkig vonden zij steun in hun kerken. Steun in het beleven van hun geloof in tijden van afscheiding, van alles wat ze kenden, om op een nieuwe plaats te overleven. Waar ze vaak vrijelijk protestantse literatuur konden lezen en naar predicatiën gingen die nota bene in hun eigen taal gehouden mochten worden.

Migrantenkerken kennen we ook vandaag. Net als de migranten die nu in niet-vertrouwde omstandigheden een crisis van ongewone proporties moeten doorstaan, ervoeren de Nederlanders in hun vluchtelingengemeenschap extra angsten in tijden van pest of ziekte. In 1568 beschreef de Bredase Johanna van den Corput, die gevlucht was naar Lemgo in Duitsland, in een brief aan haar zus Anna hoe zwaar het was de familie te moeten missen nu hun andere zus stervende was aan een ziekte die ook haar man (een dokter) wekenlang met koorts had doen worstelen. Johanna kwam uit een vermogend gezin, maar heel veel mensen moesten alles achterlaten bij hun vlucht. Ook voor die laatste groep konden de vluchtelingenkerken heel wat betekenen. Consistorieleden bleven vaak doorwerken tot hun eigen dood, zoals de scriba van het consistorieboek van de Nederlandse Kerk in London, Petrus Deleene, die stierf tijdens de uitbraak van de pest in Londen in 1563. Hoewel tijdens die uitbraak nog altijd kerkvieringen plaatsvonden, besliste het consistorie ook “dat die van die peste cranck zijn, dat zij hen in die luchte op die strate, veel min onder die ghemeente niet sullen begeven, voerdat sij tot volle ghesontheit nae het oerdeel der surgijnen ende pestverstandigen ghecomen sijn ende dat men God met ghemeyn dancsegginge moeghen dancken”.

Het diaconaatswerk vormde een belangrijke factor in het bestrijden van ziekte en het ondersteunen van zieken. De diakenen bouwden tijdelijke verzorgingscentra om mensen in afzondering te kunnen houden, en huurden ziekenbezoekers in; ook wel eens ziekentroosters genoemd. Ze deelden eten, geld en kledij uit. Ze financierden begrafenissen en vonden een onderkomen voor de vele wezen. Vluchtelingenkerken vormden zo’n belangrijke emotionele en financiële steunpilaar dat Anna van den Corput, in een antwoord op Johanna, schreef dat ze hoopte dat haar zus nooit zonder gemeente zou komen, waar ze ook was.

De geschiedenis leert ons hier dat de bestaande gemeenschapsstructuren ons in tijden van afzondering en ellende helpen en hoop en veerkracht kunnen geven. Veerkracht is niet enkel een individuele emotie, het is een groepsoefening. De mooie menselijke eigenschap van solidariteit komt vaak op kritieke momenten naar boven. De groep helpt het individu. Veerkracht is dan ook van alle tijden, net als crises. Ook al zijn we dat een beetje vergeten.

201020 Column 1 Silke Muylaert TEXTOver Silke Muylaert
Silke Muylaert is een postdoctoraal onderzoeker. Ze voltooide haar doctoraat in Geschiedenis aan de Universiteit van Kent in 2017. Haar proefschrift onderzocht protestantse gemeenschappen in ballingschap in Engeland en hun opvattingen over geweld en opstand. Voordat ze naar Kent ging, rondde Silke haar BA en MA af aan de Universiteit van Gent, waar haar proefschrift bestond uit een prosopografische studie van laatmiddeleeuwse goudsmeden uit Brugge. In 2015 ontving Silke de Huguenot Scholarship ter ondersteuning van haar promotieonderzoek. In maart 2018 begon ze haar nieuwe onderzoek naar de invloeden van ballingen op het religieuze landschap in Nederland. U kunt Silke online volgen op Twitter.

Repertoires of Resilience
Lees hier meer over de conferentie Repertoires of Resilience.