In memoriam: emeritus VU-hoogleraar Martien Parmentier (1947-2021)

In de ochtenduren van 1 maart 2021 is emeritus VU-hoogleraar Martien Parmentier in de leeftijd van 73 jaar overleden.

04-03-2021 | 11:02

Parmentier was van 1992-2000 bijzonder hoogleraar op het gebied van de theologie van de charismatische vernieuwing aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam. De leerstoel was gevestigd door de Charismatische Werkgemeenschap Nederland (CWN) in samenwerking met de Katholieke Charismatische Vernieuwing (KCV). In deze rol heeft hij in belangrijke mate bijgedragen aan de academische reflectie op de theologie van de charismatische vernieuwing. In zijn werk bracht hij op een bijzondere en inspirerende manier vroegkerkelijke, oecumenische en charismatische invalshoeken samen, iets waarvoor hij als oud-katholiek theoloog en priester goed gepositioneerd was.

Charismatische vernieuwing
Na zijn theologiestudie aan het Oud-Katholiek Seminarie en de Rijksuniversiteit Utrecht (1965-1971) deed Parmentier in Oxford patristisch onderzoek naar de opvattingen over de Heilige Geest in het werk van Gregorius van Nyssa (begeleid door Kallistos Ware, 1973). In deze periode werkte hij ook in een Anglicaanse parochie en leerde hij de charismatische vernieuwing kennen. De bestudering en de ervaring van de Geest in oecumenisch verband zouden hem zijn leven lang begeleiden, dit met bijzondere aandacht voor de helende werking van de Geest. Oecumenisch en taalkundig verdiepte zij zich hierna aan het oecumenisch instituut in Bossey en aan de Universiteit Bonn. Na terugkeer in Nederland volgden voor de in 1971 tot priester gewijde Parmentier een pastoraat in Haarlem, gevolgd door docentschappen aan de Katholieke Theologische Hogeschool Amsterdam en de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, vanaf 1992 gecombineerd met het al genoemde bijzonder hoogleraarschap aan de Vrije Universiteit; sinds 1980 verzorgde Parmentier ook als toegevoegd docent colleges patristiek en oecumenica aan het Utrechtse Oud-Katholiek Seminarie. In 2000 volgde zijn Berufung aan de Oud-Katholieke Theologische Faculteit in Bern, waar hij als hoogleraar Systematische Theologie tot 2010 zou werken. In de periode 2004-2006 was hij hier decaan.

Kerkelijk engagement
Zijn universitaire werk was voor Parmentier altijd verbonden met kerkelijk engagement in verschillende kringen. In de Charismatische Werkgemeenschap Nederland was hij samen met zijn vrouw, ds. Annemieke Parmentier – Blankert een drijvende en gezichtsbepalende kracht bij wie praktijk en reflectie samengingen. Parmentier trok door zijn open en aanvaardende houding vele theologen over de drempel van de charismatische beweging doordat hij liet zien dat men er zijn verstand niet thuis hoefde te laten. In de Oud-Katholieke Kerk van Nederland was hij niet alleen priester, maar maakte ook deel uit van vele commissies en was vanaf 1995 kanunnik van het Metropolitaan Kapittel van Utrecht, waarvan hij van 2009-2013 ook deken was. Ook speelde hij een rol van belang in verschillende oecumenische verbanden en dialogen, waaronder met name sinds het begin van de jaren ’80 de Commissie voor Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van Kerken en de werkgroep van diezelfde raad voor de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap, als ook van de consultatie tussen de Orthodox en Oud-Katholieke Kerken over de vrouw in het ambt die in 1996 tot de verrassende conclusie kwam dat hier geen steekhoudende theologische bezwaren tegen waren.

Publicaties
Dat dit diverse kerkelijke engagement motiveerde tot theologisch werk laten Parmentiers publicaties zien. Naast zijn proefschrift verschenen bijvoorbeeld: Vincentius van Lerinum, de beide Commonitoria (1989), Heil maakt heel. De bediening tot genezing (1997), The Ecumenical Consistency of the Porvoo Document (ed., 1999), en The Book of Steps. The Syria Liber Graduum (met Robert Kitchen, 2004); ook verschenen van Parmentier publicaties over de Nederlandse oud-katholieke geschiedenis, waaronder die van zijn thuisparochie Hilversum (Vitale kerk, 1989) en met Prof. mr. Jan Hallebeek een 18de eeuwse kerkhistorische bron (Ignatius Walvis. Het Goudsche Aarts Priesterdom 1712, 1999).  In de laatste jaren werkte Parmentier vooral op het vlak van vroegchristelijke geloofsbelijdenissen, waarover een serie artikelen verscheen (zonder zijn medeweten werd er één zelfs in zijn eigen Festschrift opgenomen). Parmentier maakte ook deel uit van diverse redacties, waaronder die van de Internationale Kirchliche Zeitschrift, en hij was lange tijd verantwoordelijk voor het (toenmalige) Bulletin voor Charismatische Theologie.

210304 Martien Parmentier TEXTAl vroeg in zijn leven werd Parmentier getroffen door de ziekte van Parkinson die hij 23 jaar lang verdragen heeft. Met grote volharding probeerde hij zijn leven toch door te blijven leven, ook in wetenschap en kerk. Aan zijn werk op het vlak van de charismatische theologie gaf dit een bijzondere dimensie: een man over de dienst der genezing te horen spreken die zelf duidelijk aan een ziekte lijdt, geeft het onderwerp een heel eigen en bijzonder reliëf. Parmentier werd bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd geëerd met de bundel Vele gaven, één Geest. Meedenken met Martien Parmentier op het gebied van oecumenica, patristiek en theologie van de charismatische vernieuwing (Gorinchem: Ekklesia, 2012), uitgegeven door één van zijn opvolgers op de charismatische leerstoel, Kees van der Kooi en één van zijn patristische promovendi, Liuwe Westra, samen met de oud-katholieke oecumenicus Peter-Ben Smit. Zijn verdiensten voor de theologie werden in 2015 bovendien geëerd met de Blaise Pascalprijs van het Oud-Katholiek Seminarie.

In Parmentier verliest de theologie een zeer veelzijdig en productief theoloog die, op een open manier werkend vanuit de eigen wortels, tot theologische vernieuwing in oecumenisch en academisch verband heeft bijgedragen.

De eucharistie ter uitvaart is aanstaande vrijdag 5 maart om 13.00 uur in besloten kring in de parochiekerk van de H. Vitus te Hilversum. Via een livestream is de dienst online bij te wonen.